|
HW |
NAP+ |
LW |
NAP- |
Zon onder |
|
|
19-8 |
10.06 |
124 |
16.26 |
143 |
20.55 |
|
22.50 |
110 |
||||
|
20-8 |
10.55 |
135 |
3.46 |
118 |
|
|
3.45 |
111 |
17.27 |
149 |
||
|
21-8 |
11.34 |
139 |
5.35 |
134 |
|
|
18.11 |
149 |
||||
|
22-8 |
0.26 |
109 |
6.15 |
136 |
|
|
12.26 |
140 |
18.45 |
145 |
||
|
23-8 |
0.54 |
106 |
6.50 |
139 |
|
|
13.06 |
138 |
19.19 |
142 |
||
|
24-8 |
1.25 |
104 |
7.20 |
143 |
|
|
13.35 |
133 |
We vertrekken vanuit Holwerd voor een weektocht door het oostelijk waddengebied. Een groep van vier ervaren kanovaarders onder leiding van ondergetekende. De bedoeling is zoveel mogelijk te leren, zodat de vier in de toekomst zelfstandig dit soort tochten kunnen ondernemen.
Die vier zijn in volgorde van leeftijd: Corry, Johan, Wim en Lau in respectievelijk een noctiluca, mirounga (van het eerste uur met een vlakke bodem), fjord of iets dergelijks en weer een vlakke mirounga. Zelf vaar ik in de noctiluca. Deze groepssamenstelling gaf in de loop van de week een goede kijk op het gedrag van de verschillende types onder zware omstandigheden en verschillende belading.
<>In Holwerd dus de boten pakken onder een stralende zon. Erg veel spullen moeten er weggestouwd worden omdat er eten voor de hele week meegaat. Het water begint al te zakken als we aan de rechterkant van de pier te water gaan en tussen de landaan-winningspaaltjes door naar open water varen. De wind is zuid-zuidwest kracht 3 á 4, dus precies in de rug. Naarmate we verder varen worden de golfjes hoger en kan er soms gesurft worden. We volgen de prikken naar de oostkant van Ameland waarbij we de grote bochten afsnijden. Grote hilariteit natuurlijk als de platbodems dit ook proberen te doen en daardoor vastlopen. De motor moet dan uitkomst brengen maar zelfs dat was bij een grote tweemaster die met vol zeil vastliep niet meer mogelijk zodat die een nachtje mocht overblijven.Een belangrijk gegeven was dat we kort na nieuwe maan zijn vertrokken, dus donkere nachten, springtij en sterke stromingen kunnen verwachten.
De samenstroom van geulen zorgt voor mooie wasbord effecten en geven een voorproefje van wat ons nog te wachten staat. We pauzeren op een juist droogvallende zandplaat, waar de stroom met grote vaart probeert zoveel mogelijk zand weg te schuren. Na het opeten van enkele bananen, die toch niet zo succesvol kunnen worden meegenomen in zo'n volle boot, gaan we na ongeveer een uur weer te water langs een nu steile kant. We willen de oostpunt ronden en daar ter hoogte van de kaap wachten tot de stroom omslaat en we terug kunnen varen naar het rif.
Om ongeveer 17.00 uur komen we hier aan en zoeken een beschutte plek in de duinen om eten te koken. Tijdens dit vorstelijke diner van vers gemaakte spaghetti met zand, begint het te regenen. Als we om 19.00 uur weer in de boot stappen zijn we doornat en is het zicht teruggelopen tot ca. 200 meter. We varen tot buiten de branding en kunnen de kustlijn nog net zien. De wind is al flink toegenomen en trekt steeds meer aan. Langzaam glijdt de kust van Ameland aan ons voorbij en verdwijnt tenslotte.
Er is nu geen enkel herkenningspunt meer over, alleen blijft het kompas nu het enige aangewezen instrument om de richting te vinden. De afstand moeten we maar bepalen aan de hand van het horloge, waarmee we de vaartijd bepalen en daaruit de afgelegde weg kunnen afleiden. Om ons heen veranderen de golven langzaam en we verleggen de koers naar het zuiden. We raken in een zeer sterk wasbord waarbij de golven opspatten en door de wind sterk verwaaien, natuurlijk recht in ons gezicht. De stroom die naar binnen moet lopen is nog erg zwak en door de wind die naar het zuidwesten is gedraaid hebben we daar weinig of geen profijt van.
Echter; opeens komt er een boei in zicht en wel de geel-zwarte westboei Pinkegat van Het Rif. We zijn op de meter nauwkeurig waar we zijn moeten.
Nu dus om de zuidkant van Het Rif heen het Pinkegat in en de juiste boei de PG1A zoeken om aan land te gaan en zo min mogelijk te sjouwen met de boten.
Aan land en zoeken naar het hoogste punt in de buurt. We vertrouwen het niet helemaal en besluiten wat verder te varen. Op dat moment horen we een motorboot en jawel hoor daar komt de vogelwacht van Engelschmanplaat die komt informeren wat wij komen doen. Na dat uitgelegd te hebben wijst hij ons de plek waar we zo hoog mogelijk staan en vraagt of wij na een uurtje niet meer over de plaat willen lopen om de vogels niet te verstoren (alsof we daar nog zin in hebben).
Nu de tenten opzetten. Lau kijkt nogal met tegenzin om zich heen en vindt de "kamping" niet zo geslaagd. Maar ja als je op de wadden wilt varen zul je dit toch voor lief moeten nemen. De boten worden uitgepakt en de tenten tevoorschijn gehaald. Wim en Johan gaan in de slag met een eenstokstent, Corry en Lau met een oud tweepersoonstentje met twee stokken, een noklat in de slaaptent en twee losse stokken in de voortent. Ikzelf ga mijn nieuwe Phreerunner uitproberen, een anderhalf persoons, enkeldakstent van Goretex met een boog.
Na ongeveer 10 minuten ben ik zover dat ik de tent kan inrichten en even kan kijken hoe de anderen ervoor staan. Lau probeert zijn binnentent met kleine pennetje vast te zetten, waarna de buitentent met een soort smalle plankjes wordt 'verankerd', want houten haringen zijn niet zo hard nodig volgens deze kampeerder. Maar alla hij had in ieder geval zijn best gedaan om toch wat hout mee te nemen. Na enige tijd stond de tent overeind en het leek wel wat. De wind was langzaamaan sterker geworden en begon een beetje op een klein stormpje te lijken. Maar de tent van Lau stond!! met de achterkant in de wind en met een boot op deze achterkant als extra ballast, want je weet maar nooit.
Wim en Johan waren na een half uur proberen tot de conclusie gekomen dat het opzetten van een eenstokstent in deze situatie niet zo gemakkelijk gaat. Normaal opzetten, met eerst de binnentent en daarna de buitentent eromheen resulteerde in een tent waar je geen ruimte meer over had in de binnentent want het doek werd ingedrukt tot aan de paal en was niet meer af te spannen. Daarom nu geprobeerd de buitentent eerst vast te zetten en de paal er dan in te steken. Resultaat idem dito, weer geen binnentent. Conclusie: deze tent was hier gewoon onbruikbaar.
Goede raad is duur en er werd besloten dat de vier Boskoopse vrienden in een tent zouden slapen. Drie man in de binnentent en een (Wim, want die was de langste) in de voortent met zijn voeten naar buiten en zijn benen in een overlevingszak (toch wel gemakkelijk zo'n ding bij je te hebben!). Later bleek dat deze opstelling een groot voordeel had, want Wim kon nu de buiten-tent naar beneden houden zonder uit zijn slaapzak te komen.
Deze situatie ontlokte aan Corry de uitspraak: "Nu begrijp ik pas waarom die zeekanovaarders altijd alleen in een tentje liggen"
Vanaf de boot had ik een sleeplijn aan een paal (met een verbodsbord erop) vastgebonden zodat we een 'droog'lijn hadden met als extra voordeel een geborgde boot.
Aldus gingen we de nacht in.
Van slapen kwam niet veel en tussen de half slaap en half waak situaties in hoorde ik af en toe iemand hameren en/of vloeken omdat er weer iets was misgegaan.
|
Afgelegde afstand: |
||
|
Holwerd |
pauzeplaats |
11 km |
|
Pauzeplaats |
Ameland |
6 km |
|
Ameland |
Het Rif |
8 km |
Gecorrigeerd met behulp van de stroomatlas: Hoogwater ca 10.30
Om precies drie uur in de nacht hoorde ik een gigantische windvlaag en tegelijkertijd een soort scheurend geluid. Wat nu weer ? tent gescheurd? naar buiten kijkend hoor ik weer een aantal personen uit de slaapzak kruipen en ik zie de buitentent van Lau, vastgehouden door de achteropgelegde kano als een vod in de wind wapperen. Niet gescheurd maar volledig van zijn plankjes geslagen, gewoon opgetild en afgeschoven. (daarom zitten er van die keepjes in de houten haringen) Wim lag al in stelling om de tent vast te houden en de anderen naar buiten in de stromende regen om de zaak weer vast te zetten. Als borg werden nu nog twee extra kano'_ gebruikt zodat na een poosje de rust weer terugkeerde en er dus een vreemd uitge-doste tent op de plaat stond.
De daarop volgende uren draaide de wind zodat binnen de kortste keren de regen via kontakt tussen binnen- en buitentent vrij spel had en er om vijf uur iemand onder het uiten van krachttermen wakker werd, liggend in een drijfnatte slaapzak.
Om half zeven liep de wekker af voor het weerbericht. "NW 7 á 8 Beaufort en in de avond in Delfzijl ruim een halve meter verhoging". Voorwaar geen aanlokkelijk weerbericht. Het is pas na 10 uur hoogwater dus hebben we nog ruim de tijd om ons daarop voor te bereiden. Even naar buiten kijken voor alle zekerheid hoe alles er bij staat en dan ontdekken dat de zee nog ongeveer 20 meter van de tenten verwijderd is. Toch de anderen maar wakker gemaakt om in te pakken want de vloed is op dit moment vrij sterk en die verhoging zou nu ook wel gedeeltelijk op kunnen treden. Mooi inpakken is er niet bij, alles wordt in de boten gestouwd inclusief zand en water en om acht uur zitten we in de kano's.
Geen vijf minuten te vroeg want we hoeven de boten niet te sjouwen, we gaan vanzelf drijven.
Op nu naar Lauwersoog want dat is het enige wat nu te bereiken is. (Nog even overwogen om rechtstreeks naar de kust te varen want dat is nu wel mogelijk. De terugreis kan echter een stuk moeilijker zijn met een andere waterstand.) Met de wind nu schuin in de rug varen we langs Engelschmanplaat door een zeer onrustige zee. We volgen de groene boeien en door de draaiing van de geul krijgen we op een gegeven moment de wind pal in de rug.
Hoe zit het met de vaarders? Johan heeft geen enkel probleem, evenals Corry en Wim. Lau heeft echter de grootste moeite om bij te blijven en moet steeds corrigeren. Zelf zat ik het eerste stuk niet zo lekker maar dat verdween na enige tijd. Vlak voor Lauwersoog worden de golven prachtig hoog en regelmatig, zodat er weergaloos goed gesurfd kan worden. Nu de haven indraaien waarbij Corry bijna de boot (haven) mist omdat ze iets te laat was met corrigeren op de wind en de stroomsnelheid. In de haven beginnen voor Corry de problemen. Ze kan bijna niet tegen de wind inkomen en moet een zeer vreemde bocht maken om bij de sluis te komen.
Gelukkig kunnen we snel naar binnen. We besluiten naar Oostmahorn te varen want daar is een redelijke kamping bij de jachthaven. De afstand naar Oostmahorn is maar klein: ca.4 km. Als we de sluis uitvaren krijgen we de wind schuin van voren maar we varen al snel langs een eiland beschut voor de wind. Echter!!! Een eiland heet eiland omdat het totaal omgeven is door water. Zo ook bij dit eiland. We krijgen de volle laag bij een koers naar Oostmahorn (schuin van voren op ongeveer 2 uur) en kunnen wel vergeten deze koers te varen. De enige mogelijkheid is recht tegen de wind in naar de overkant varen en dan kort langs de kant naar Oostmahorn. Oversteek ca. 1500 meter.
Wie heeft er nu problemen? Corry kan de boot niet over bakboord in de wind krijgen. Om toch tegen de wind in te kunnen varen moet ze helemaal rond. Johan heeft ook de nodige problemen evenals Wim. Lau kan elke koers varen die hij wil, behalve natuurlijk voor de wind. Ikzelf heb geen problemen.
Wat is er aan de hand? De oorzaak van dit oploeven en afvallen moet worden gezocht in de belading van de kano's. Lau heeft zijn natte tent voorin gepropt en is dus voor te zwaar beladen hij loeft dus op een verschrikkelijke manier op. Corry en Johan hebben de etenswaren (veel blikken en vocht) in het achtercompartiment gestopt en liggen dus iets te ver achterover en vallen af. Mijn eigen boot was vrij neutraal en de belading was als volgt.
voorin: slaapzak, matrasje en alle kleding
achterin: tent, haringen (hout), karretje, klompen, fireblock en nog wat rommeltjes.
In het compartiment achter het zitje: kookspullen, water, voedsel en verder alles wat met eten te maken heeft.
Wat is oploeven? Kort gezegd het uit de koers lopen van de boot doordat de wind het achterschip wegduwt. Bij afvallen is de windkracht op het voorschip overheersend. Ook al heeft in dwarsprofiel het voorschip het grootste oppervlak vergeleken met de achterzijde, een boot zal oploeven, omdat door de vaarsnelheid de grip op het water van het voorschip groot is (omdat deze het water klieft) en weinig op de achterzijde (het water wordt hier losgelaten).
Terug naar de koers. Tegen de wind in. Een strakke noordwesterstorm, door niets gehinderd, blaast over het Lauwersmeer. De golven zijn binnen 50 meter van de kant al op volle sterkte en worden door de wind daarna vlakgeblazen. De hoogte is ca 50 cm zodat de waterdiepte hier ongeveer 3 meter moet zijn.
Vuistregel: golfhoogte in 1/6 maal de waterdiepte.
Na ongeveer 50 minuten bereik ik zelf de overkant en de anderen volgen met tussen-pozen van ca 5 minuten. Even uitblazen en kort langs de kant naar Oostmahorn. Hier zijn we om 13.00 uur.
Het is heerlijk om weer in de luwte te zijn. Tent opzetten, douchen, eten, luieren en wachten tot de wind gaat liggen.
|
Afgelegde afstand: |
||
|
Het Rif |
Lauwersoog |
12.5 km |
|
Lauwersoog |
Oostmahorn |
5 km |
Waarschuwing Rottum windkracht 9.
Geen enkel vooruitzicht om uit te varen. Wachten, radio luisteren, wandelen naar Anjum, molen bezichtigen, opvanghuis voor vogels bekijken, eten en naar bed, gelukkig met een redelijke weersverwachting.
Rust en nog eens rust, het continue geklepper van de stagen van de zeilboten tegen de masten is verdwenen en een spiegelglad Lauwersmeer ligt er vredig en uitnodigend bij.
In ca 30. minuten zijn we bij de sluis en kunnen op voorspraak van de schipper van de 'Bollevaer' mee de sluis in. Deze schipper, die de naam van de boot eer aan doet vindt het eigenlijk maar niks met kano's op de Waddenzee, want er gebeuren te veel gekke dingen vindt hij. Later komen we hem weer tegen als hij met zijn schuit bij Engelschmanplaat ligt en na een wat langer gesprek met hem denkt hij er wat positiever over. Hij geeft ons nog wat adviezen en zegt dat we in geval het noodzakelijk is altijd bij hem aan kunnen komen.
Om 12.30 zijn we de sluis uit en varen met een lichte tegenwind van ongeveer kracht 3-4 naar Engelschmanplaat. Na een bezoek aan de plaat en het reddingshuisje gaan we door het Smeriggat en het Pinkegat naar de Noordzee en Ameland. We willen kamperen bij de Oostkaap en landen door een niet al te hoge branding. Na het onvermijdelijke sjouwwerk met de volle boten, gelukkig beschikken we over drie karretjes, installeren we ons tussen de lage duinen. Een schitterend plekje. Vlakbij vinden we voldoende hout om een mooi kampvuur te bouwen. De zee komt hier bij extra hoog-water doorheen en aan de kwallen die tussen de duinen liggen kunnen we zien hoe hoog de stand de vorige dag is geweest. De waarschuwing "bij Delfzijl ruim een halve meter verhoging" was dus niet voor niets.
|
Afgelegde afstand: |
||
|
Oostmahorn |
Lauwersoog |
4 km |
|
Lauwersoog |
Engelschmanplaat |
11 km |
|
Engelschmanplaat |
Ameland |
11 km |
|
Gecorrigeerd met behulp van de stroomatlas: |
||
|
HW kentering |
12.30 |
|
|
LW kentering Bornediep |
19.30 |
|
Na een schitterende nacht ontwaken we met een bewolkte hemel. Om twaalf uur trekt de bewolking weg en verschijnt er een heerlijk zonnetje. Na een bezoek aan de onbemande aanlanding van een aardgasleiding, goed verscholen in de duinen, vertrekken we om ongeveer 14.00 uur. De branding is vrij fors, maar dat was te verwachten. Lau en Johan moeten door een paar flinke klappers door en zijn dan ook doornat waarbij Johan ook zijn pet kwijt is. Lau kan de zijne na enkele leuke capriolen weer te pakken krijgen. Langs de kust van Ameland en met een aardige ebstroom mee vorderen we met een snelheid van ca 10 km per uur. We blijven steeds uit de buurt van de branding en zitten nu in flink golvend water. Af en toe breekt er zelfs een golf aan onze rechterkant.
Na twee uur varen naderen we het Bornerif. We landen door een vrije lage branding doordat de meeste golven reeds eerder gebroken zijn. We willen hier blijven tot ca 18.30 uur en dan vertrekken naar Terschelling waarbij we de oversteek maken ongeveer ten tijde van de kentering. We hebben alle tijd om de plaat te verkennen en vinden heel uitgestrekte watervlakten door de vloed achtergelaten. Op enkele plaatsen stroomt het water uit deze platen naar zee, waarbij de hoogte verschillen vrij groot worden zodat er een leuk stromende geul ontstaat met echte stroomversnellingen. Wadend door zo een waterpartij schieten de garnalen je om de voeten en vindt je af en toe een krab die zich bij nadering ingraaft. Op de bodem vinden we ook een wat vreemd uitziende schelp vol met alg. Als ik hem oppak zien we dat hij bewoont is door een heremietkreeft die zich vliegensvlug in zijn veroverde schelp terugtrekt. Na zijn capriolen bewondert te hebben is het tijd om te eten.
Na het vorstelijke diner, zuurkool met worst gelardeerd met wat rood spul dat naar rode kool blijkt te smaken gaan we na de afwas weer te water. Het is nu tegen zeven uur en we moeten door een grote branding naar een geul die langs het Bornerif loopt en aan de andere kant in het Bornediep uitkomt. Schitterend vaarwater. we varen op een vrij rustig stuk met recht van ons een zeer lage bank die nog geen tien centimeter boven water uitsteekt en waarachter de branding bulderend breekt. Enkele kilometers verder is de bank verdwenen en kan er overheen gevaren worden. Een van de groepsleden trekt zich niets aan van de afspraak bij elkaar te blijven en gaat in de branding varen. Door het bulderen hiervan en vanwege de afstand is het onmogelijk nog contact te maken. Op zich is dat hier geen probleem, maar we moeten op een gegeven moment oversteken. Als de boei opduikt is het zover en moeten we door de branding heen het Bornediep in. Vijf minuten tevoren merkte Corry nog op dat ze blij was dat ze er niet doorheen hoefde, maar nu was toch het uur van de waarheid gekomen. We wachtte nog even op onze solovaarder maar deze lette nergens op en bleef maar doorgaan door de branding, evenwijdig aan het strand, onbereikbaar voor alles. Geen tijd meer om te wachten want de tijd staat niet stil. Met zijn vieren de branding door. De eerste golven gaan nog wel en geven een berg schuim van minstens een meter hoog. Keihard doorvaren is het devies. Bij een te lange aarzeling loop je het risico achteruit te gaan surfen, wat meestal eindigt in een kentering. De golven worden steeds hoger en ongelooflijk steil. Wim klimt omhoog vlak naast me en ik zie hem rechtop staan tegen een massa water waarvan de top net gaat breken. Hij blijft echter keurig overeind. Als in een lift ga je de andere kant weer naar beneden. Iedere keer opnieuw komen ze weer en hoop je dat ze nog net niet gaan breken. De hoogte van de golven is zeer moeilijk te schatten maar we houden het op tussen de 3 en de 4 meter. De waterdiepte is hier ongeveer 20 meter. Achterom kijkend zie ik Corry op een forse afstand keer op keer over de golfkammen te voorschijn komen. Na ongeveer een kwartier zijn we van de grootste golven verlost en vlak bij de boei die we hebben moeten. Echter we moeten hier met z'n vijven zijn om de oversteek naar Terschelling door te zetten. Wachten op ons vijfde groepslid. Op de vraag wie hem even gaat halen wordt resoluut geantwoord "van mijn leven niet meer door die branding" dus wachten. Heel in de verte zien we wat staan op de plaat. Misschien is hij het. We zullen toch terugmoeten en zetten dan maar koers naar de kant echter enkele honderden meter zuidelijker dan we gestart zijn. Hier is de branding volledig verdwenen. Halverwege zien we iets roods verschijnen. Meteen als we het zien verdwijnt het in een golf en even later komt de onderzijde van een kano in het gezicht. Gelukkig rolt hij op een komt naar ons toe. Eindelijk dan op weg naar Terschelling. De eerste kilometer vordert vlot en we bereiken de groene boei met de zon recht in ons gezicht. In de verte zien we de golven breken op Terschelling evenals bij het begin van de geul die langs de Boschplaat loopt. Langzaamaan neemt de stroom in kracht toe en de volgende boei blijft op een eerbiedige afstand en wil maar niet dichterbij komen. De zon blijft zakken en zal over ongeveer een half uur verdwenen zijn.
Alles op een rijtje gezet:
|
a |
De stroomsnelheid neemt nog steeds meer toe . |
|
b |
De zon is in een half uur onder zodat het na ongeveer een uur al erg donker zal zijn. |
|
c |
De brekers op de kust zien er niet erg aanlokkelijk uit, zeker gezien wat we zojuist achter de rug hebben. |
|
d |
Het is voor ons allen een onbekende kuststrook. |
Conclusie: We zullen terug moeten naar Ameland!!!!
Keren en naar de Amelandse kust met de zon in de rug en de stroom mee. Na 20 minuten staan we op het strand en kunnen tussen een paar strekdammen en naast een grote stapel buizen onze tentjes opzetten. De avond valt snel en al het volk dat op het strand naar de ondergaande zon loopt te kijken verdwijnt als sneeuw voor de zon (terwijl deze net onder is). Een klein kampvuurtje van fireblocks geeft wat licht en verwarmt diegene die er dichtbij zitten.
|
Afgelegde afstand: |
||
|
kaap |
Bornerif |
20 km |
|
Bornerif |
kampplaats |
8 km |
Om 4.30 uur zitten we allemaal rechtop in onze tent. Het lijkt of de wereld vergaat zoveel herrie komt eraan. Het lijkt of 'het ding' recht over onze tenten zal gaan. In gedachten zien we al een grote laadschop een paar van die buizen komen halen en misschien ziet hij onze tenten wel niet staan!! Gelukkig mist hij ons en na ongeveer een kwartier verdwijnt het nu klepperende geluid langzaam in de verte.
We breken onze tenten vroeg op (i.v.m. het publiek) en moeten nu wachten tot de stroom weer naar binnen staat. We vertrekken om ca. 11.00 uur en met een stevige vloedstroom varen we het Bornediep af. De wind is zwak en de zon komt langzaam tussen de sluierbewolking door. Onderweg zwemt een stel zeehonden mee. We doen nog een proef wat het snelste is (niet met de zeehonden natuurlijk). Een groep (Corry, Lau en Wim trappen er in!) vaart via de geul en zelf vaar ik met Johan over de plaat heen. We peilen regelmatig en de diepte blijkt bijna overal meer dan anderhalve meter te zijn. Afremmen door grondeffect in er dus nauwelijks bij. Ook de stroom in de geul is nagenoeg nihil want we zitten bij het wantij en op het laatste stuk van de vloedstroom. Het verschil in afstand tussen de twee groepjes groeit dan ook zienderogen ten nadele van de geulgroep.
Om twee uur in de middag zijn we terug in Holwerd, kunnen tussen de landaanwinningspaaltjes doorvaren en aan land gaan.
|
Afgelegde afstand: |
||
|
Bornerif |
Holwerd |
20 km |
|
Totaal afgelegde afstand |
116.5 |
|
Terugkijkend op deze week kunnen we zeggen dat dit een tocht is geweest die niet iedereen kan maken. De omstandigheden waren gemiddeld zodanig dat hiervoor een vrij hoog nivo van kanovaardigheid was vereist. Doordat ik zelf de ervaring en de technieken van de vier vaarders uit Boskoop erg goed kende, wist ik dat we de uitzonderlijke omstandigheden van deze week goed aan konden.
Ger de Bruijn